Welkom op de blog van de steenbergse bossen!

Welkom op de blog van de steenbergse bossen!

IMG_6160DidiV_20110306_8109x

Deze pagina zal u op de hoogte houden van toekomstige activiteiten, voorbije activiteitenn nieuwtjes, leuke waarnemingen,...
Veel plezier en vergeet ook niet het gebied zelf te bezoeken!

zaterdag 6 juli 2013

Een leuke waarneming van Bart

Boorvliegen zijn kleine, wonderschone vliegjes die vaak prachtig getekende vleugels hebben. De naam verwijst naar de lange legboor waarmee de vrouwtjes eitjes afzetten in planten. De larven leven in bloemhoofdjes, stengels, bladeren of vruchten en zijn dan ook meestal moeilijk te vinden.

De Akkerdistelgalboorvlieg veroorzaakt echter grote, opvallende stengelgallen op Akkerdistel. Wie gericht zoekt zal deze algemene gal dan ook vrij makkelijk vinden.



De geplukte gal uit de Steenbergse Bossen: de stengel van de distel is plaatselijk sterk verdikt.

Op 1 april vonden we in de Steenbergse Bossen een dergelijke gal. Als je de veroorzaker van een gal te zien wil krijgen, kan je proberen de gal uit te kweken. Dat bleek in dit geval heel eenvoudig te zijn. We bewaarden de gal binnenshuis in een afgesloten papieren zak en twee maanden later konden we de volwassen insecten al bewonderen. Na de “fotosessie” werden de modellen levend en wel vrij gelaten, klaar om een volgende generatie boorvliegen te gaan verwekken.


Akkerdistelgalboorvlieg (Urophora cardui) gekweekt uit een gal gevonden in de Steenbergse Bossen.

Er zijn in België meer dan 80 soorten boorvliegen gekend. Al deze soorten staan beschreven in het standaardwerk De Nederlandse boorvliegen: 
John T. SMIT, De Nederlandse boorvliegen (Tephritidae), Entomologische Tabellen 5, 2010, 159 p.

Een fraai overzicht van de gekende soorten vind je hier:
Familieoverzicht België: http://waarnemingen.be/familie/view/377
Familieoverzicht Nederland: http://waarneming.nl/familie/view/377

Foto's en tekst van Bart Uitterhaegen

donderdag 6 juni 2013

Vissen in Steenbergen

Op dinsdag 4 juni heeft het ANB(Agentschap voor natuur en bos) samen met de provincie Oost vlaanderen een afvissing gedaan van de Traveinsbeek. Deze actie werd gecoördineerd door visserijbioloog Alain Dillen.

Enkele maanden geleden hebben Diederik en ikzelf samen met Alain het gebied bezocht en alles voorbereid om deze afvissing vlot te laten verlopen.
We zijn begonnen met onze vangsten waar de Traveins beek onder de straat Traveins loopt. Hier vingen we enkele Driedoornige stekelbaarzen. Helaas vonden we ook enkele dode exemplaren wat wijst op lozing iets stroomopwaarts.

Volgende punt was op de plek waar de St Paulusbeek en de Traveins beek samenkomen. Ook hier weer enkel de Stekelbaarzen. Wat opviel was dat zodra we de mondig van de St Paulusbeek voorbij waren de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterde.

De volgende punten lagen aan De vlamme, beneden de Vierwegenstraat, Karnemelkbeek en zo stroomopwaarts langsheen de Erwetegembeek. Vanaf hier werden er enkel nog Rivierdonderpadden gevangen. We wisten dat deze zeer zeldzame soort zich nog in dit gebied schuilhield, maar hoe sterk deze populatie juist was en waar nu de paai(broed) plaatsen waren wisten we niet helemaal zeker. Dankzij dit onderzoek hebben we daar veel duidelijkheid in gekregen. Ook zijn er een hele reeks knelpunten aan het ligt gekomen. Eén van de belangrijkste was wel die waar het huishoudelijke afvalwater in de Karnemelkbeek komt ter hoogte van de Vierwegenstraat. Hier moet dus wel snel werk van gemaakt worden.

De afvissing gebeurde door het gebruik van elektrische stroom te sturen doorheen het water. De vissen vinden dit niet zo leuk en vluchten weg, maar worden opgewacht door een netje. De gevangen exemplaren worden daarna allemaal gemeten, gewogen en op geslacht gebracht. Dit gebeurt allemaal zeer snel zodat de stres bij de vissen zo laag mogelijk blijft en ze snel terug in het water kunnen.

Hieronder enkele foto' van het afvissen en de vissen zelf.

Chris Nuyens
Conservator




dinsdag 28 mei 2013

Plantenexcursie

gids: Henk Coudenys
De Steenbergse Bossen situeren zich in het midden van de driehoek gevormd door de dorpskernen van Erwetegem, Sint-Goriks-Oudenhove en Sint-Maria-Oudenhove. Naast de gids komen drie deelnemers opdagen: Geert Ranson, Karen Adriaenssens en Dominiek Decleyre. 
De bedoeling is om de hogere planten te inventariseren van enkele percelen van het reservaat, zodat deze inventarisatie gebruikt kan worden in functie van het maken en evalueren van beheerskeuzes. Het gaat deze keer niet om een klassieke streeptocht waarbij binnen een afgebakende vierkante kilometer zoveel mogelijk taxa opgelijst worden.
Het eerste perceel, een stukje bos langs de linkeroever van de Erwetegembeek met inbegrip van beide beekoevers, wordt grondig geinventariseerd. Als floristische bijzonderheden noteren we de beide soorten Goudveil (Paarbladig en Verspreidbladig) en Prachtschubwortel. Opvallend is de massale aanwezigheid van jonge exemplaren van de inheemse Zoete kers en de Eenstijlige meidoorn tussen de aangeplante populieren. Twee invasieve soorten trekken onze aandacht: zaailingen van Laurierkers in het bos en kiemplanten van de Reuzenbalsemien op de beekoevers. Er worden in dit relatief kleine perceel 59 soorten genoteerd, die op dit vroege tijdstip in het groeiseizoen reeds determineerbaar zijn.
Onderweg naar het tweede reservaatperceel nemen we de tijd om een interessante wegberm te inventariseren langs het straatje met de naam Steenbergen. Het begint met een totaal verruigde vegetatie op een steile helling met noordwest expositie, maar ter hoogte van een scherpe bocht verandert het karakter gelijklopend met de verandering van expositie (zuidwest). We noteren er onder meer Muizenoortje, Schapenzuring, Veldbies, Reukgras en waarschijnlijk ook Akkerhoornbloem.
Onze derde inventarisatie die voormiddag blijft wegens tijdsgebrek beperkt tot een klein gedeelte van een erg soortenrijk bosperceel dat deel uitmaakt van het reservaat. Het bevat onder meer Zeegroene zegge, de twee soorten Goudveil, viooltjes met kenmerken van zowel het Bleeksporig als het Donkersporig Bosviooltje en Bosorchis.



.
Groep floristen bij Zeegroene zegge(Foto Dominiek Decleyre)

vrijdag 25 mei 2012

Verslag maaidag

Waaaw wat een dag!
Gelukkig begon de dag heel rustig. En dankzij het ochtendgrijs was het niet te warm om te werken.
Al gauw waren we allemaal aan het maaien. De een al wat beter dan de andere. Toen Filip (de zeisman) ons toonde hoe we moeten veilen en hoe we moeten zeisen ging het allemaal heel vlot.
Al gauw hadden we een heel stuk van het perceel gemaaid.
De eerste maal dat ik dit meemaakte. S'middags was het moeilijk om iedereen te stoppen om te eten. De meesten blijven maar maaien. Een echte verslaving.

Die dag kwam ook de buurman (van het aanliggende perceel met schapen) langs. Zijn schaapjes hadden honger en we mochten alles over de draad gooien. De rest van het maaisel zou hij later komen ophalen. Zo krijgt ons maaisel een nuttige bestemming.

Dank aan alle aanwezigen voor het vele werk zij verzet hebben!
Koen en Koen, Filip, Anaïs, Jacoba en Alwin, de buurman en zijn schaapjes, Chris en mezelf:p

Wie graag leert werken met de zeis of een goede zeis wil kopen kan eens een bezoekje brengen aan de website van Filip, www.terratools.be 

Hieronder nog wat foto's.














Dit was het eindresultaat. Niet zo goed te zien maar ± 75% van het perceel is gemaaid.

Op het einde van de dag net voordat we vetrokken heb ik nog een grote fopwesp (Chrysotoxum cautum) gevonden. Dit zijn zweefvliegen die echt heeeel hard op een wesp lijken. Ik vind het een van de mooiste vliegen!

donderdag 10 mei 2012

Uilskuiken

Bosuilkuiken te Steenbergse bossen


Maandag vonden we toevallig een "takkeling" van Bosuil. Mensen die tijdens de avonduren in de Steenbergse bossen passeren hebben ze misschien al gehoord. Vaak kan je bosuilen horen roepen. Maandag vonden we op de grond een kuiken. Bosuilkuikens verlaten al vrij snel het nest (omdat ze snel te dik worden), zonder dat ze al kunnen vliegen. Deze jongen heten we takkelingen omdat zij dan meestal in de takken rondom het nest terug te vinden zijn. Dit kuiken zat dus niet op een tak maar bevond zich op de grond. Dit is geen probleem de ouders zullen dit jong nog steeds komen voederen. Als je zo'n kuiken vind hoef je dus niet direct te panikeren.
Het kuiken werd voorzien met een ring voor wetenschappelijk onderzoek (vandaar in de hand). Op deze ring staat een uniek nummer en het adres van het Koninklijk Belgisch instituut voor natuurwetenschappen (KBIN).
Hopelijk kan het kuiken vlot opgroeien en wordt het niet gevonden door de vos of een andere predator.
Misschien houd hij deze winter de buurtbewoners wakker  :-)